Fietsen in de Provence


Rondje van 5 dagen en 236 km om de Luberon met baby Lars
Dag 1: St Martin-de-la-Brasque tot Pierrevert
Dag 2: Pierrevert tot St-Michel l'Observatoire
Dag 3: St-Michel l'Observatoire tot Buoux (onder Apt)
Dag 4: Buoux (onder Apt) tot Merindol
Dag 5: Merindol tot St Martin-de-la-Brasque



Begin april maakten we met ons zoontje van 1 jaar een fietstocht door de Provence, om het gebergte de Luberon heen. We hadden onze eigen mountainbikes bij ons, en een fietskarretje (Chariot) voor Lars. Je kunt ook prima fietsen huren, zelfs E-bikes met trapondersteuning, in de plaatsen langs de route, zoals Cavaillon, Pertuis, Manosque, Apt en Carpentras.
Het weer was prima, niet te warm en niet te koud, de voorjaarsbloemen bloeiden uitbundig en er was bijna niemand op de weg. Sowieso was de route uitgestippeld over allemaal kleine weggetjes, die door de mooiste delen van de Luberon liepen. Dwars door pittoreske dorpjes met hun nauwe straatjes, maar om de grotere stadjes heen, zodat je weinig last had van autoverkeer. Hoewel er overal kleine campings te vinden waren, kampeerden we wild, wat prima kon, maar officieel niet toegestaan is. Ons excuus was dat de campings nog niet overal open waren, (meestal vanaf 1 mei pas), maar eigenlijk houden we gewoon meer van wild kamperen. Ook kwamen we genoeg schattige gîtes tegen. Die zou je dan het beste van tevoren kunnen reserveren.

Overal langs de route was genoeg water te vinden, doordat de meeste dorpjes een bron hebben, en als we aanbelden om onze bidon te vullen, waren de mensen allervriendelijkst. Ook eten kopen onderweg was geen probleem, overal genoeg kruideniertjes en bakkers! En wijnboeren natuurlijk...


Dag 1
Met goed weer vertrokken we uit St Martin-de-la-Brasque, een eenvoudig dorpje in de Provence. De eerste dag mochten we meteen flink omhoog, naar Vitrolles en-Luberon. Gelukkig hadden we de dagen ervoor in de Auvergne gefietst, zodat we al wat opgewarmd waren. De geur van cederhout, die zo specifiek is voor de Provence, kwam ons tegemoet. We reden over kronkelweggetjes omhoog, om vervolgens weer omlaag te zoeven. Lars vond het prachtig, voor zover hij niet sliep door het monotone wiegen van zijn koetsje. Bij Pierrevert vonden we een prachtig weitje in het bos om onze tent op te zetten, vlak bij een beekje met een waterval. In het poeltje eronder zwom een kikker, die natuurlijk Lars' volle aandacht kreeg.


Dag 2
De volgende dag reden we door Manosque, waar we even de weg kwijt waren. De blauw-oranje borden, die de route normaal gesproken aangaven, leken verdwenen als sneeuw voor de zon. Gelukkig stond er een mannetje in een blauwe overal, die ons, zonder dat we ernaar hoefden te vragen, de weg wees. Thijs merkte nog op: “Hij had alleen nog een oranje petje op moeten hebben en je zou denken dat hij hier ingehuurd is i.p.v. een wegwijzer”. We reden verder omhoog naar Forcalquier, door rotsachtig terrein. Prachtige vergezichten als je eenmaal boven bent. Een groepje opa's en oma's reed ons steeds voorbij als we even pauzeerden of foto's maakten. Ze hadden ook redelijk wat bepakking op hun fietsen en we begrepen niet hoe ze zo snel konden fietsen. Waren wij zo langzaam? Na een paar keer zagen we dat ze fietsen hadden met trapondersteuning, ook wel E-bikes genoemd. Die hadden ze gehuurd ergens in een stad langs de route. Ze sliepen in gîtes. Zo kan het dus ook!
Na Forcalquier begon het te onweren. We mochten gelukkig ons tentje opzetten in een grote tuin bij een huis. Toen de eerste druppels vielen, zaten we net gezellig te koken in de tent.


Dag 3
Toen het weer de volgende morgen een beetje opgeknapt was, gingen we richting Apt. Wat een uitzicht! Allemaal laagjes heuvels achter elkaar, met op de achtergrond in de verte de besneeuwde toppen van de Alpen en iets dichterbij de besneeuwde Mont Ventoux. Onderweg viel er nog een klein buitje, maar we schuilden in een schuur, van een man met een hond, waar we meteen een paar boterhammen aten met heerlijke plaatselijke ham. De hond vond het niet erg dat we op zijn erf schuilden; Lars trakteerde hem af en toe op een stukje brood met vlees. 's Avonds, nadat we in Apt boodschappen gedaan hadden in een biologisch winkeltje, reden we door Buoux , waar tot onze verbazing geen camping was. Dat hadden we niet verwacht in dit klimmersmekka. De plaatselijke burgemeester wilde net voor ons een camping bellen, toen we op de kaart een klein weggetje zagen met mogelijk een mooi stukje gras ernaast. We bedankten hem vriendelijk en gingen er als een speer vandoor richting een van de mooiste plekjes waar ik ooit gekampeerd heb. Helemaal verscholen tussen de bomen was een wei van een paar honderd m², met gras en bloemen en middenin een beekje met een waterval. Het poeltje eronder was net diep genoeg om 's avonds flink kopje onder te gaan. Ook ons varkentje Lars konden we hier de volgende dag ook eens even goed wassen.


Dag 4
Op naar Merindol, langs de geitenboerderij waar we lekkere kaasjes kochten en langs de mooie oude plaatsjs Bonnieux, Lacoste, Ménerbes e Oppède le vieux, met zijn ruïne en prachtige rotsen. Vanaf hier ging het heerlijk naar beneden. We schampten Cavaillon en reden door de velden langs met bloesem getooide bomen en een oude spoorrails door naar Mérindol. Hier wachtte ons een camping en omdat ze ook wijn hadden, bleven we. We kregen zelfs een glaasje zelfgemaakte notenwijn als aperitief. Lars genoot van de aandacht van vijf kleine meisjes, die met hun ouders ook rond de Luberon fietsten. Lars liet zich graag hun danskringetje inlokken, maar toen er even later vanuit drie camera's tegelijk geflitst werd, was het bedtijd.


Dag 5
's Morgens waste ik Lars in de gootsteen, terwijl het zonnetje net op was. We moesten natuurlijk schoon bij opa en oma aankomen. Tevergeefs; in Lourmarin lunchten we op een kleed in het plaatselijke speeltuintje, wat naast een mooi kasteel lag. Hier worden tijdens zomeravonden vaak concerten gegeven. De aardbeien kwamen uit de fietstas en binnen korte tijd was Lars rood van top tot teen. Even overwogen we om hem dan maar te laten zwemmen in het XIX- eeuwse bassin van Cucuron. Hij leek dit zelf ook te willen, aan de “Kak-kak-kak”- lokroep naar de eendjes te horen. Omdat hij nog net zijn zwemdiploma niet heeft, lieten we hem maar op randje spelen naast één van de gezellige terrasjes. Daarna trapten we nog een klein stukje omhoog door wat gehuchtjes en rond aperitieftijd reden we de tuin van opa en oma binnen, die ons hartelijk ontvingen met een heerlijk, welverdiend glaasje wijn. Terugkijkend kunnen we maar één ding zeggen: “Wat een mooie tocht!!”




© 2008 Tekst & Foto/film: Thijs Horbach en Femke Mooij