Australië 2004

Door : Femke Mooij
Nog een paar passen, dan ben ik boven...oppassen nou, het wordt heel steil hier, zorgen dat die stok goed stevig staat voordat je erop leunt...misschien dat ik me aan die boomwortel kan optrekken? Ik kan het me niet veroorloven om te vallen en iets te breken. Glibberig, dit stukje, maar het lijkt erop dat het niet de hele dag blijft miezeren, zoals het de eerste dag deed. Ik had het kunnen weten, het heet natuurlijk niet voor niets REGENwoud.... Wie helaas wel erg van regen houden zijn bloedzuigers. Honderden heb ik er inmiddels van mijn sokken en schoenen (en benen) moeten trekken. Rotbeesten, de dag dat ik met Jacco de hoogste berg van Queensland beklom, hadden we er ook al zo'n last van. Soms, als je niet in de gaten hebt dat ze door je sok zijn heen gekropen, zie je opeens een grote bloedvlek, wat betekent dat ze zich vol hebben gezogen en los hebben gelaten van je been om uit te buiken. Helaas spuiten ze een Heparine-achtig stofje je ader in, wat zorgt dat je nog een tijdje blijft bloeden, dus voor je het weet, is je schoen een groot bloedbad....Ach ja, wie (vrijwillig) een dikke week door de jungle trekt, moet dit soort dingen maar voor lief nemen. Net als de natte kleren en schoenen, de pijnlijke voeten en schouders, de ratten, muizen, possums, bandicoots en andere beesten die 's nachts proberen het gewicht van je rugzak wat te verminderen door je vooraad aan te vallen (en je daarmee uit je hoognodige slaap houden) en de teken, die zich op zulke plekken vastbijten, dat je er spijt van krijgt dat je in je eentje aan de tocht begonnen bent...Met behulp van de zaklamp van Jacco (juist, de bekende lamp die licht blijft geven onder water en daarmee kreeften aantrekt), een zakmes, een injectienaald en een flinke portie yoga, krijg ik hem er uiteindelijk uitgepulkt (lees, gesneden.) Misschien is Chirurgie toch iets voor mij??

De vierde dag alweer vandaag, het gaat snel. Nog 5 dagen misschien? Of zes? Misschien vier of zelfs drie, als ik morgen en overmorgen twee dagen in een keer loop. Ik weet natuurlijk niet hoe het terrein is. Als het zo overwoekerd en steil is als hier, ben ik nog wel even onderweg. Het klimmen over boomstammen en over rotsen is nog tot daaraantoe, dat ben ik redelijk gewend inmiddels (hoewel het met een 25 kilo zware rugzak toch oppassen blijft), maar door de stekelig struiken struinen, is niet mijn favoriete onderdeel. Sommige planten hebben een soort tentakels, te vergelijken met de draadzaagjes zoals je vroeger gebruikte bij het figuurzagen, alleen dan 3 meter lang en met weerhaakjes. Als je er tegenaan loopt, is de enige oplossing achteruit lopen, als ze je al niet hebben opengescheurd. Gelukkig had ik mijn lange pijpen aan (waarvan er een nu dus niet meer lang is).

Omdat ik niet wist hoe lang ik over de afstand van meer dan 100 km zou doen, heb ik eten voor negen dagen meegenomen, genoeg benzine en een waterfilter. Genoeg kreekjes en rivieren hier (en vers regenwater) om uit te drinken. Tot nu toe al meer dan tien keer met blote voeten en hoog opgetrokken broekspijpen door het water moeten waden, soms tevergeefs en toch nat....te korte beentjes! Af en toe ook lekker kunnen zwemmen, zoals gisteren in het zonnetje tijdens de lunchpauze, de eerste keer dat ik me weer eens heb kunnen wassen. Sta ik daar naakt te drogen in de zon, zie ik opeens in een ooghoek op tweehonderd meter afstand een aantal rafters voorbij komen op de Tully-rivier, een wildwaterrivier, die stroomafwaarts in "mijn" zwemriviertje uitkomt. Sta je toch raar te kijken, denk je dat je alleen bent in het oerwoud...Tot nu toe verder niemand anders tegengekomen, alleen een hele hoop beesten. Geen echt gevaarlijke, hooguit de 5 wilde zwijnen, zeker twee keer mijn lichaamsgewicht, die ik op 10 meter afstand naderde voordat ze me zagen en wegvluchtten (later hoorde ik dat ze af en toe mensen aanvallen, omdat ze van vlees houden)

Langzaam zwoeg ik bergopwaarts, waar nodig geconcentreerd en in gemakkelijker terrein in gedachten verzonken, bijna in trance. Peinzend over mijn leven, deze tocht, waarom altijd deze neiging tot afzondering en afzien? Misschien omdat ik ondanks, of misschien wel dankzij al deze uitputtingen, tegenslagen en ongemakken het gevoel heb dat ik leef? Dat ik NOG leef? Het is alsof al je zintuigen tijdens zware inspanning op scherp staan, alsof je alles beter in je opneemt, meer geniet van al het mooie wat de natuur en het leven ons te bieden heeft. Met elke stap die ik zet, worden mijn ogen verblind door de weelderige planten, bomen en varens. Tijdens het waden, voel ik het verkoelende water van de rivier tegen mijn vermoeide benen en voeten stromen en zelfs de motregen in mijn gezicht weet ik af en toe te waarderen. 's Avonds en 's morgens als ik in mijn tent lig, luister ik naar de ontelbare vogelgeluiden, zoals het gelach van de kookaburra, het krijsende vogelheksengeluid van de kakatoes tot het "prrtt tjoep" van de lyrebird. Elke dag leer ik er nieuwe deuntjes bij. Emoties en bewondering lijken overheersend, en daarmee de emoties en bewondering voor de natuur en het leven zelf. Schuilt daarin de kracht om door te gaan? Ik zuig het leven in me op en ben dankbaar dat ik met zoveel liefde voor de natuur ben grootgebracht.

De leegte van het alleen zijn doet me goed, het maakt me niet eenzaam. Tijdens het lopen denk ik aan alle goede vrienden en familie (jullie) die er zullen zijn als ik terug kom en die er altijd zullen zijn als ik van waar dan ook terug kom en dat maakt, dat ik me rijk voel. Hoeveel mensen zijn er niet in deze wereld die gewoon tussen de "mede"mensen leven, in de stad of op het platteland, maar die zich, temidden van al die anderen, eenzamer voelen dan ik, terwijl ik op dit moment in mijn eentje door het verlaten oerwoud loop?

Verder mijmerend daal ik af naar een riviertje, waar ik oog in oog sta met de mooiste waterval ooit. Maar moet ik hier overheen? De kaart lijkt te zeggen van wel, mijn verstand zegt van niet. Veel te gevaarlijk. Ook al is het maar 1 stap, als ik erin tuimel, wordt ik door de rivier meegesleurd, regelrecht de waterval in. En er is niemand die me dan komt redden....Met het gevoel dat mijn wandeltocht hier dan misschien eindigt, loop ik een eindje terug. Al plannen makend voor een alternatieve route, valt mijn oog opeens op een blauwe pijl, die een andere kant op wijst dan de waterval. Misschien dat je intuitie ook uitgedaagd wordt als je zo alleen dit soort dingen doet? Ik had het bij het juiste eind, de route op de kaart is fout ingetekend. Het pad loopt nog een paar kilometer omhoog, voordat het bij een open plek in het woud stopt. Aande andere kant zie ik de blauwe pijlen verder lopen, maar dat is voor morgen. Ik sla in het rode avondlicht mijn kamp op en geniet van het uittrekken van mijn schoenen. Na een paar bloedzuigers verwijderd te hebben van mijn enkels, neem ik een slok fris, gefilterd beekwater en een paar nootjes. Overal in het hoge gras rondom mijn tent zingen krekels en tevreden laat ik me achterover zakken op mijn matje en doe ik mijn ogen dicht om de laatste (en eerste) zonnestralen van die dag op mijn gezicht te voelen.

Bedankt voor alle lieve emails en het feit dat jullie af en toe aan me dachten,liefs,
Femke


© 2008 Tekst & Foto/film: Thijs Horbach en Femke Mooij